tvcn Tolk - en Vertaalcentrum Nederland

Vragen of tolk reserveren?

Bel: 088 255 52 22

De uitvinder van interpunctie

  • Geplaatst door TVCN |
  • 10-08-2017

We staan er nauwelijks bij stil wanneer we lezen en schrijven: interpunctie. Het plaatsen van komma’s, punten en andere leestekens is doorgaans heel vanzelfsprekend. Al gaat niet iedereen hier netjes mee om, maar dat terzijde. Er was echter ooit een tijd, eeuwen geleden, dat interpunctie helemaal niet bestond. Iemand heeft het uitgevonden. Maar wie?

Geschiedenis
De geschiedenis van de Westerse interpunctie begint bij het Grieks en het Latijn uit de klassieke oudheid. Het Griekse alfabet was ontleend aan het Fenicische alfabet, dat van rechts naar links schreef en geen interpunctie, zelfs geen woordscheiding kende. In de zesde eeuw voor onze tijdrekening beginnen de Grieken 2, 3 of 4 puntjes boven elkaar te plaatsen om woorden en woordgroepen van elkaar te scheiden. De bedenker van dit systeem was Aristophanes van Byzantium.

Aristophanes van Byzantium
Aristophanes van Byzantium (ca. 257 - 180 v.Chr.) was een Hellenistische Griekse geleerde, criticus en grammaticus, vooral bekend voor zijn Homerische werken, maar ook voor werk voor andere klassieke auteurs zoals Pindar en Hesiodus. Hij werd geboren in Byzantium, nu Istanbul, maar verhuisde al snel naar Alexandrië waar hij studeerde onder Zenodotus, Callimachus en Dionysius. Hij volgde Eratosthenes op als hoofd bibliothecaris en filoloog van de Bibliotheek van Alexandrië aan het Mouseion van Alexandrië toen hij zestig was. Daar verzorgde hij de wetenschappelijke tekstuitgaven van verschillende Griekse dichters: Homerus, Hesiodus, Pindarus, andere lierdichters, tragedieschrijvers en zijn naamgenoot, de komediedichter Aristophanes. Hij schreef ook de inleidingen (Grieks hypotheseis) op de Griekse tragedies. Op het gebied van de taalkunde verrichtte hij baanbrekend werk: om de leesbaarheid te verhogen introduceerde hij het gebruik van leestekens en accentuatie. Ook deelde hij voor het eerst gedichten in in strofen, en gaf het eerste Griekse lexicon uit.

Aristophanes wordt gezien als de uitvinder van het accentsysteem dat wordt gebruikt in het Grieks om uitspraak aan te duiden, omdat het tonale klanksysteem van het archaïsche en klassieke Grieks had plaatsgemaakt voor het systeem van Koinè. Dit was ook een periode waarin het Grieks, in de nasleep van de veroveringen van Alexander, begon op te treden als lingua franca voor het oostelijke Middellandse Zeegebied (ter vervanging van verschillende Semitische talen). De accenten werden ontworpen om te helpen bij de uitspraak van het Grieks in oudere literaire werken.

Hij vond ook een van de eerste vormen van interpunctie uit: enkele punten die verzen scheidden om aan te geven hoeveel adem nodig was om het vers in één keer op te zeggen (niet de grammaticale regels die pas duizenden jaren later werden toegepast op leestekens in acht genomen). De hoogte waarop de punt geplaatst werd, gaf de lengte van het vers aan. Voor een korte passage (een komma), werd een ‘media distinctio’ punt middelhoog (·) geplaatst. Dit is de oorsprong van de moderne komma zoals wij die nu kennen. Voor een langere passage (dubbele punt), werd een ‘subdistinctio’ punt gelijk aan de onderkant van de tekst (.) geplaatst, vergelijkbaar met een moderne dubbele punt of puntkomma. En voor zeer lange pauzes, werd een ‘distinctio’ gelijk aan de bovenzijde van de tekstregel (˙) geplaatst. Het systeem van Aristophanes werkte overigens ook perfect voor het Latijn, waarin minuskels (kleine letters) nog niet bestonden. Aristophanes stond dus aan de wieg van de interpunctie zoals wij dat nu kennen.

En daarna
In literaire teksten vanaf de vierde eeuw v.Chr. werden horizontale streepjes gebruikt onder het eerste woord van elke regel die een nieuw tekstgedeelte, een alinea, aanduidden. Dat streepje heet in het Grieks paragraphos, waar het Nederlandse woord paragraaf vandaan komt.

In de vroege Middeleeuwen introduceerde de monnik Alcuin in de scholen van Karel de Grote het schrift in minuskels ongeveer zoals wij het nu nog gebruiken. Bovendien gebruikte hij o.a. de ‘punctus interrogativus’ van de Gregoriaanse partituren om leespauzes en intonatie aan te geven. In de sterk naar rechts hellende ‘interrogativus’ is al duidelijk ons vraagteken te herkennen, dat vrij snel het bestaande Griekse vraagteken (;) verdrong. Twee eeuwen later dook het koppelteken op (-), eerst enkel geschreven, maar tussen de veertiende en achttiende eeuw bij voorkeur dubbel. Tussen de dertiende en veertiende eeuw verschenen de virgulen (/) boven de regel als pauzeteken, maar het duurt tot omstreeks 1450 eer ze naar de basisregel afdalen, een ronding krijgen en er gaan uitzien als onze komma. Die heet in het Frans nog altijd virgule. Op het einde van de zeventiende eeuw ontstonden de moderne benamingen voor de leestekens, nog aangevuld met het uitroepteken en de gedachtestreep (—). De moderne interpunctie in Westerse talen is verder schatplichtig aan de grote Franse en Italiaanse drukkers uit de Renaissance.

De benaming interpunctie stamt uit de zestiende eeuw en is afgeleid uit het Latijn (inter = tussen; punctus = punt). Pas tussen 1650 en 1750 evolueerde de betekenis van het woord ‘interpunctie’ naar zijn huidige waarde.