Nederlandse dialecten: Amsterdams

  • Geplaatst door TVCN |
  • 20-04-2017

Zodra je het hoort, herken je het direct: plat Amsterdams, ook wel Mokums genoemd. Het merendeel van de Amsterdammers spreekt algemeen Nederlands, maar het Mokums is nooit verdwenen. Vooral geboren en getogen, oudere, Amsterdammers spreken nog het echte Amsterdams.

Het taaltje is niet moeilijk te verstaan, het lijkt op algemeen Nederlands maar wijkt vooral af in klank. En uiteraard kent het Amsterdams, net zoals ieder ander dialect, een eigen woordenschat. Veel Amsterdamse woorden zijn ontleend uit het Jiddisch* en het Bargoens. En heel veel van deze woorden zijn door de tijd heen onderdeel geworden van de algemene Nederlandse taal zonder dat wij er ons van bewust zijn dat ze eigenlijk van Amsterdamse oorsprong zijn.

De Gouden Eeuw
In de Gouden Eeuw was Amsterdam een voorname handelsstad en in die tijd vestigden Duitse en Oost-Europese Joden zich in Amsterdam. Zo ontstond de Joodse gemeenschap in de stad en werden Jiddische woorden opgenomen in het Amsterdamse taalgebruik. De naam Mokum - de bijnaam van Amsterdam - is dan ook typisch Jiddisch. Het betekent 'plaats' of 'stad'. Volgens zeggen gebruikten de Joden dit als koosnaam voor de stad omdat zij zich er veilig en thuis voelden. Bekende Amsterdamse woorden die uit het Jiddisch komen zijn bijvoorbeeld gein, goochem, habbekrats, kapsones, ramsj, smoes en wieberen. En tot op de dag van vandaag zeggen Amsterdammers nog steeds 'de mazzel!', wat is afgeleid van 'mazzeltov' (goed geluk, geluk gewenst, gefeliciteerd, het allerbeste).

Twintigste eeuw
Het Bargoens (dieventaal) sloop in de eerste helft van de 20e eeuw in de Amsterdamse taal. Het was een geheimtaal die werd gebruikt door mensen aan de zelfkant van de samenleving, zoals daklozen, landlopers, rondtrekkende handelaren, (markt)kooplieden, kermisklanten en de penoze (onderwereldfiguren). Bargoens is voortgekomen uit het Jiddisch en het Hebreeuws, maar bevat ook Romani, Jenische en Hoogduitse invloeden. Typisch Bargoense woorden zijn bijvoorbeeld bajes, jatten, kassiewijle, ammehoela, trut, smeris en snaaien. Ook Bargoens zijn een aantal bekende verwensingen, zoals 'Krèch nah de klere' (afgeleid van cholera) met als variant 'kolereleijer', 'pokkeleijer' (afgeleid van de pokken) en 'teringlijer' (afgeleid van de tering (tuberculose)).

Klanken
Zoals gezegd is het Amsterdams doorgaans goed verstaanbaar, maar wijkt het in klank af van algemeen Nederlands. Typisch voor plat Amsterdams is dat een 'z' als een 's' wordt uitgesproken. Een mooi voorbeeld is 'de son in de see sien sakkuh'. Ook kenmerkend is de vorming van verkleinwoorden door het gebruik van '-ie', zoals in 'meissie' in plaats van 'meisje', en het gebruik van 'kenne' voor 'kunnen'. Daarnaast wordt 'aa' uitgesproken als een 'a' of 'ao' (naar wordt nar of naor). Andere klankvervormingen zijn:

  • l => lll
  • s => sj
  • ee => ei
  • o => oi
  • v => f

Typisch Amsterdams
Tot slot nog een aantal uitdrukkingen en woorden die u waarschijnlijk wel bekend zijn omdat ze opgenomen zijn in de Nederlandse taal, maar die toch echt typisch Amsterdams zijn.

De dood of de gladiolen: alles of niets
Kat in bakkie: dat is/ging makkelijk
Tuintje op je buik hebben: dood en begraven zijn
Ik ga pleite: ik ga weg
Opzouten: wegwezen
Voor noppes: voor niets
Geen cent te makken: geen geld hebben
Je sappel maken: je druk maken
Makkie: gemakkelijk
De pijp uit zijn: dood zijn
Geteisem: slecht volk
Aggenebbis: waardeloos
Pikketanussie: borreltje
Penoze: onderwereld
Er schijt aan hebben: er niets om geven
Pingelen: onderhandelen
Gabber: vriend
Maffen: slapen
Gok: neus
Ontiegelijk: enorm
Ouwehoeren: (te)veel praten
Jan met de pet: arbeider

* Men denkt vaak dat Jiddisch hetzelfde is als Hebreeuws, dit is echter niet het geval. Het wordt wel van rechts naar links geschreven met het Hebreeuwse alfabet, maar is taalkundig niet aan het Hebreeuws verwant.