Brits vs. Amerikaans Engels

  • Geplaatst door TVCN |
  • 16-03-2017

We hebben al eens eerder een blog gepubliceerd over de verschillen tussen Brits en Amerikaans Engels, deze ging vooral over de verschillen in spelling en grammatica. Maar er zijn ook verschillen in woordgebruik, zoals het Britse of Amerikaanse woord voor patat. En zo zijn er nog veel meer. Wij hebben de meest voorkomende woordverschillen voor u verzameld!

Patat
Brits: chips
Amerikaans: French fries

Chips
Brits: crisps
Amerikaans: potato chips

Koekje
Brits: biscuit
Amerikaans: cookie

Hongerig
Brits: peckish
Amerikaans: hungry

Courgette
Brits: courgette
Amerikaans: zucchini

Aubergine
Brits: aubergine
Amerikaans: eggplant

Gepofte aardappel in schil
Brits: jacket potato
Amerikaans: baked potato

Snoepjes
Brits: sweets
Amerikaans: candy

Suikerspin
Brits: candy floss
Amerikaans: cotton candy

Waterijsje
Brits: ice lolly
Amerikaans: popsicle

Melasse
Brits: treacle
Amerikaans: molasses

Gymschoenen
Brits: trainers
Amerikaans: sneakers

Trui
Brits: jumper, pullover
Amerikaans: sweater

Herenvest (onder een colbert)
Brits: waistcoat
Amerikaans: vest

Bretels
Brits: braces
Amerikaans: suspenders

Flatgebouw
Brits: block of flats
Amerikaans: apartment building

Flat
Brits: flat
Amerikaans: apartment

Begane grond
Brits: ground floor
Amerikaans: first floor, ground floor

Eerste etage
Brits: first floor
Amerikaans: second floor

Afhaaleten
Brits: takeaway
Amerikaans: takeout

Dienstregeling
Brits: timetable
Amerikaans: schedule

Gum
Brits: rubber
Amerikaans: eraser (rubber is een condoom)

Post
Brits: post
Amerikaans: mail

Motorkap
Brits: bonnet
Amerikaans: hood

Achterbak
Brits: boot
Amerikaans: trunk

Voorruit
Brits: windscreen
Amerikaans: windshield

Richtingaanwijzer
Brits: indicator
Amerikaans: blinker, turn signal

Grote Beer / steelpannetje (sterren)
Brits: the Plough
Amerikaans: the Big Dipper

Vakantie
Brits: holiday
Amerikaans: vacation (the holidays staan meer voor Thanksgiving en kerstmis)

Herfst
Brits: autumn
Amerikaans: fall autumn

Hoofdstraat
Brits: high street
Amerikaans: main street

Vrachtwagen
Brits: lorry
Amerikaans: truck

Stationwagen
Brits: estate car
Amerikaans: station wagon

Lift
Brits: lift
Amerikaans: elevator

Luier
Brits: nappy
Amerikaans: diaper

Fopspeen
Brits: dummy
Amerikaans: pacifier

WC
Brits: loo
Amerikaans: restroom, bathroom

Televisie
Brits: telly
Amerikaans: TV, television

Metro
Brits: underground
Amerikaans: subway

Apotheek
Brits: chemist’s
Amerikaans: drugstore, pharmacy

Wachtrij
Brits: queue
Amerikaans: line

Zaklamp
Brits: torch
Amerikaans: flashlight

Mobiele telefoon
Brits: mobile phone
Amerikaans: cell phone

Afval
Brits: rubbish
Amerikaans: garbage, trash

Broek
Brits: trousers
Amerikaans: pants

Bioscoop
Brits: cinema
Amerikaans: movie theater

Lees ook de blog Engels is Engels… toch?