tvcn Tolk - en Vertaalcentrum Nederland

Vragen of tolk reserveren?

Bel: 088 255 52 22

Hoe is vertalen ontstaan?

  • Geplaatst door TVCN |
  • 23-02-2017

U kent vast de uitspraak ‘Babylonische spraakverwarring’ wel. Vaak wordt gedacht dat het hierbij gaat om een verspreking, maar dat is niet juist. Het duidt een situatie aan waarin mensen door elkaar praten en niemand er meer wijs uit wordt. De uitdrukking is afgeleid van de Bijbelse geschiedenis van Babel.

En Babel zou weer aan de basis staan van de geschiedenis van vertalen. Er wordt echter ook beweerd dat vertalen al teruggaat tot de Romeinen.

Babel
Eeuwenlang geloofden mensen in de relatie tussen vertalen en het verhaal van de toren van Babel in het Bijbelboek Genesis (Oude Testament, zesde eeuw voor Christus). Volgens dit boek was Babel de eerste stad die door de nakomelingen van Noach na de zondvloed werd gebouwd op de vlakte van Sinear onder leiding van Nimrod. Daar begingen zij echter een grote zonde. In plaats van zich te houden aan de wil van God, Hij had Noach namelijk opgedragen ‘de aarde te vervullen’ (men moest zich verspreiden over de aarde), besloten zij om Zijn gezag uit te dagen door een eenheid te vormen opdat zij niet over de gehele aarde verdeeld zouden worden. Het volk bleef op de plek waar zij was en men bouwde de stad Babel en een toren die ‘tot de hemel’ zou reiken; de toren van Babel. De stad en de toren werden echter niet voltooid door God’s ingrijpen. Om de macht van het ongedeelde volk te beperken, zorgde Hij ervoor dat men verschillende talen ging spreken zodat niemand elkaar meer begreep. Hij zorgde dus letterlijk voor spraakverwarring. Daarna verspreidde Hij het volk alsnog over de aarde. Na dit incident nam het aantal talen toe door de verspreiding en begonnen mensen te zoeken naar manieren om met elkaar te communiceren: het ontstaan van het vertalen.

Romeinen
Toch kwamen er andere theorieën. Met het ontstaan van de vertaalwetenschap en de toename van onderzoeken op dit gebied, begon men te zoeken naar specifieke data en cijfers om perioden van de vertaalgeschiedenis te markeren. Volgens onderzoekers gaan geschriften over vertalingen terug naar de Romeinen. Er wordt zelfs verondersteld dat vertalen een Romeinse uitvinding is. Cicero en Horatius (eerste eeuw voor Christus) waren de eerste theoretici die onderscheid maakten tussen woord-voor-woord vertaling en gedachte-voor-gedachte vertaling. Hun opmerkingen over de vertaalpraktijk waren van invloed op volgende vertaalgeneraties tot aan de twintigste eeuw.

Meer aanwijzingen
Tussen 285 en 247 voor Christus ontstond de ‘Septuagint’, een vertaling van het Oude Testament (Thora) uit het Hebreeuws in het Grieks. Volgens de overlevering werd de Thora in het Grieks vertaald door 72 geleerden in 72 afzonderlijke ruimten in 72 dagen, en zouden zij op miraculeuze wijze allen exact dezelfde vertaling hebben gemaakt.

Ook is er nog de Steen van Rosetta, die gedateerd is op het jaar 196 voor Christus. Op deze steen staat een decreet (verordening) van een priestersynode in drie talen: in Egyptische hiërogliefen, in Demotisch schrift (Oudegyptisch) en in het Grieks. Hierdoor bleek de steen, gevonden in 1799, een belangrijke sleutel te zijn voor het ontcijferen van hiërogliefen.

Beschermheilige
Een prominente figuur in de vertaalgeschiedenis is Hiëronymus (ca. 347-420 na Christus). Tussen 383 en 385 verbleef Hiëronymus als secretaris en vriend van paus Damasus I in Rome. In opdracht van deze paus begon hij hier met een vertaling van de Bijbel in het Latijn, de zogenaamde Vulgaat, omdat de tot dusver gangbare vertalingen niet meer voldeden aan literaire vormgeving en correctheid. Deze Latijnse Bijbel was lange tijd de toonaangevende tekst voor de Rooms-Katholieke kerk. Hiëronymus werd heilig verklaard en is nog steeds de beschermheilige van de vertalers.