tvcn Tolk - en Vertaalcentrum Nederland

Vragen of tolk reserveren?

Bel: 088 255 52 22

De meest gemaakte fouten in de Engelse taal

  • Geplaatst door TVCN |
  • 10-01-2017

Een groot aantal Nederlanders spreekt goed Engels. En ook Engels schrijven kunnen velen zonder nadenken. Maar toch zijn er een aantal Engelse woorden die nog wel eens verkeerd worden gebruikt. En dat heeft er niet eens zozeer mee te maken dat Engels niet onze moedertaal is. Veel Engelstaligen maken die fouten namelijk ook!

In de Engelse taal worden de onderstaande woorden het vaakst verkeerd gebruikt.

It's vs Its
It's: samentrekking van it is of it has.

Onjuist: Its my favourite part of the movie.
Juist: It's my favourite part of the movie.

Its: geassocieerd met iets wat eerder genoemd is of met betrekking tot een dier zonder voorafgaande kennis van het geslacht van het dier.

Onjuist: Your order is on it's way.
Juist: Your order is on its way.


Too vs To
Too: ook, tevens, evenzeer.

Onjuist: I'm busy, but Chris is busy to.
Juist: I'm busy, but Chris is busy too.

To: in de richting van of naar; gebruikt met de basisvorm van een werkwoord om aan te tonen dat het werkwoord in de infinitief is.

Onjuist: Wendy goes too the bakery too buy bread.
Juist: Wendy goes to the bakery to buy bread.


You're vs Your
You're: samentrekking van you are.

Onjuist: Your a very good cook!
Juist: You're a very good cook!

Your: bezittelijke vorm van je (meestal gebruikt voor een zelfstandig naamwoord).

Onjuist: You're kitchen is really awesome!
Juist: Your kitchen is really awesome!


There vs Their vs They're
There: verwijzing naar het bestaan ​​van iets; een plaats of positie.

Onjuist: Their is a reason why the pizza is gone. Sara ate the last slice over they're.
Juist: There is a reason why the pizza is gone. Sara ate the last slice over there.

Their: bezittelijk voornaamwoord, wat verwijst naar een bepaald zelfstandig naamwoord dat hun eigendom is.

Onjuist: There cats are in the house.
Juist: Their cats are in the house.

They're: samentrekking van they are.

Onjuist: Their in the house.
Juist: They're in the house.


Loose vs Lose
Loose: niet stevig of strak vastgezet; vrijgeven of bevrijden.

Onjuist: My jeans is too lose.
Juist: My jeans is too loose.

Lose: iets wat kan worden ontnomen of verloren.

Onjuist: Loose 10 kilo's in just 4 weeks.
Juist: Lose 10 kilo's in just 4 weeks.

Bovenstaande woorden zullen we nu in ieder geval niet meer onjuist gebruiken. Weet u nog goede voorbeelden van verkeerd gebruikte woorden? Laat het weten via het reactieveld hieronder!