tvcn Tolk - en Vertaalcentrum Nederland

Vragen of tolk reserveren?

Bel: 088 255 52 22

Engels is Engels… toch?

  • Geplaatst door TVCN |
  • 7-07-2016

Engels is de officiële taal van onder andere het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten, Australië, Nieuw-Zeeland en Nigeria en één van de officiële talen in onder andere Canada, Ierland en Zuid-Afrika. Engels is echter niet gewoon Engels, er zijn wel degelijk verschillen.

Er bestaan meerdere varianten, maar Brits-Engels en Amerikaans-Engels zijn de twee meest voorkomende.

Brits of Amerikaans?
In het algemeen is men het erover eens dat geen enkele versie de juiste is, al hebben mensen wel hun voorkeur. Vanzelfsprekend is Amerikaans-Engels de voorkeur van Amerikanen en Brits-Engels de voorkeur van de Britten. Overigens wordt Amerikaans-Engels doorgaans enkel gebruikt in de VS en Canada, en Brits-Engels in de overige Engelstalige landen. Voor mensen in niet-Engelstalige landen, maar die het Engels wel goed beheersen (taalniveau B2 of hoger), is het een kwestie van smaak. Schrijver dezes bijvoorbeeld, heeft een uitgesproken voorkeur voor Brits-Engels.

Grootste verschillen
Er zijn meerdere verschillen, echter de drie belangrijkste verschillen tussen Brits- en Amerikaans-Engels zijn:

  • Uitspraak - in zowel klinkers als medeklinkers, evenals in klemtoon en intonatie
  • Woordenschat - in zelfstandige naamwoorden en werkwoorden, vooral in het gebruik van woordgroepen die als werkwoord fungeren
  • Spelling - over het algemeen in bepaalde vormen van voorvoegsels en achtervoegsels

Gebruik van voltooid tegenwoordige tijd
In Brits-Engels wordt de voltooid tegenwoordige tijd gebruikt om een actie uit te drukken die heeft plaatsgevonden in het recente verleden en effect heeft op de tegenwoordige tijd. Een voorbeeld:

  • Nederlands: Ik heb mijn sleutel verloren. Kunt u mij helpen zoeken?
  • Brits: I've lost my key. Can you help me look for it?
  • Amerikaans: I lost my key. Can you help me look for it?

In Brits-Engels wordt de Amerikaanse vorm als onjuist beschouwd. In Amerikaans-Engels worden beide vormen over het algemeen geaccepteerd. Andere verschillen met betrekking tot het gebruik van de voltooid tegenwoordige tijd in Brits-Engels en verleden tijd in Amerikaans-Engels komen voor in het gebruik van de woorden 'already', 'just' en 'yet'. Bijvoorbeeld:

  • Brits: I've just had dinner.
  • Amerikaans: I've just had dinner OF I just had dinner
  • Brits: I've already seen that film.
  • Amerikaans: I've already seen that film OF I already saw that film
  • Brits: Have you finished your task yet?
  • Amerikaans: Have you finished your task yet OF Did you finish your task yet?

Bezit
Er is ook een verschil in het aantonen van bezit. Bezit wordt in het Engels aangeduid met 'have' of 'have got'. Bijvoorbeeld:

  • Do you have a dog? vs. Have you got a dog?
  • She doesn't have a car. vs. She hasn't got a car.
  • He has a new girlfriend. vs. He's got a new girlfriend.

Hoewel beide vormen correct zijn en zowel in Brits-Engels als in Amerikaans-Engels aanvaard, is 'have got' over het algemeen de voorkeur in Brits-Engels en 'have' in Amerikaans-Engels.

Het werkwoord 'get'
Het voltooid deelwoord van het werkwoord 'get' verschilt ook in beide Engelse vormen. Amerikanen gebruiken 'gotten' terwijl Britten 'got' gebruiken. Een voorbeeld:

  • Brits: She's got much better in speaking Dutch.
  • Amerikaans: She's gotten much better in speaking Dutch.

Voorzetsels
Verschillen zijn ook te vinden in het gebruik van voorzetsels, zoals:

  • Brits: At the weekend vs. Amerikaans: On the weekend.
  • Brits: In a team vs. Amerikaans: On a team.
  • Brits: Please write to me vs. Amerikaans: Please write me.

Verleden tijd en voltooid deelwoord
De volgende werkwoorden kennen twee aanvaardbare vormen in verleden tijd en voltooid deelwoord in zowel Brits- als Amerikaans-Engels. De onregelmatige vorm komt vaker voor in Brits-Engels (het eerste voorbeeld) en de regelmatige vorm in Amerikaans-Engels (het tweede voorbeeld).

  • Dream: dreamt vs. dreamed
  • Learn: learnt vs. learned
  • Spoil: spoilt vs. spoiled
  • Smell: smelt vs. smelled
  • Burn: Burnt vs. burned
  • Spill: spilt vs. spilled
  • Lean: leant vs. leaned
  • Spell: spelt vs. spelled

Spelling
Ook in spelling zijn er verschillen tussen beide Engelse vormen. Woorden die in het Amerikaans eindigen op '-or', eindigen in het Brits op '-our', zoals:

  • Color vs. colour
  • Humor vs. humour
  • Flavor vs. flavour

Woorden die in het Amerikaans eindigen op '-ize', eindigen in het Brits op '-ise', zoals:

  • Recognize vs. recognise
  • Patronize vs. patronise
  • Realize vs. realise

En ook in klinker- en medeklinkergebruik zijn er verschillen, zoals:

  • Grey (Brits) vs. gray (Amerikaans)
  • Traveller (Brits) vs. traveler (Amerikaans)
  • Cheque (Brits) vs. check (Amerikaans)

Vocabulaire
Het belangrijkste verschil tussen Brits-Engels en Amerikaans-Engels is misschien nog wel de woordenschat. Zo kunnen bepaalde woorden een compleet andere betekenis hebben of er worden andere woorden gebruikt voor hetzelfde voorwerp. Bijvoorbeeld verschillen in betekenis (Brits vs. Amerikaans):

  • Rubber: gum vs. condoom
  • Target: richten vs. doelwit
  • Aim: doel vs. richten

En verschillende woorden (Brits vs. Amerikaans):

  • Lift: elevator vs. lift
  • Vakantie: holiday vs. vacation
  • Broek: trousers vs. pants
  • Koekje: biscuit vs. cookie
  • Bioscoop: cinema vs. movie theater
  • Moeilijk: difficult vs. hard
  • Herfst: autumn vs. fall

Welke vorm gebruikt u?
Communiceert u (regelmatig) in het Engels? Bedenk dan dat de belangrijkste vuistregel consistentie in gebruik is. Met andere woorden: gebruik geen Brits-Engels en Amerikaans-Engels door elkaar. U kiest of voor het ene of voor het andere. En daarnaast is het ook wel netjes om de vorm aan te passen aan met wie u communiceert, dus Amerikaans met Amerikanen en Brits met Britten. Maakt u zich echter geen zorgen als dit te lastig is, u wordt begrepen door een Brit wanneer u Amerikaans-Engels spreekt en andersom!

NB: In de inleiding hebben we het over Engels als officiële taal hoewel dit niet geheel juist is. Dit heeft te maken met het feit dat de taal niet overal officieel is aangesteld, maar inofficieel wel de 'officiële' taal is. Zo is Engels bijvoorbeeld niet officieel aangesteld in Australië, het Verenigd Koninkrijk en in bepaalde Amerikaanse staten. In deze gevallen fungeert Engels zogenaamd de facto als officiële taal. De facto is Latijn voor 'in feite' of 'in de praktijk'.