tvcn Tolk - en Vertaalcentrum Nederland

Vragen of tolk reserveren?

Bel: 088 255 52 22

Valkuilen wanneer u Frans leert

  • Geplaatst door TVCN |
  • 24-05-2016

Onlangs publiceerden wij een blog met weetjes over de Franse taal. Daarin gaven wij aan dat Frans voor ons niet een extreem moeilijke taal is om te leren, maar ook weer niet heel gemakkelijk. De Franse taal kent namelijk een aantal valkuilen waar wij snel in trappen. De meest voorkomende valkuilen hebben wij voor u op een rijtje gezet.

Schrijftaal en uitspraak
In het Frans wordt niet alles uitgesproken wat geschreven is. En bekende fout die veel wordt gemaakt is bijvoorbeeld het woord ‘Paris’. Veel mensen hebben de neiging om de ‘s’ aan het einde uit te spreken. Maar de algemene regel in het Frans is dat de laatste medeklinker niet wordt uitgesproken tenzij het wordt gevolgd door een klinker. Er zijn wel uitzonderingen, maar deze regel gaat merendeels wel op.

Vragen en bevestigen
In het dagelijks gesproken Frans hebben vragen vaak een syntactische structuur die identiek is aan een bevestiging. Neem bijvoorbeeld ‘tu veux du pain?’ (wil je brood?). Als het vraagteken in deze zin wordt weggelaten, dan wordt deze zin bevestigend (je wilt brood). In dergelijke gevallen gaat het bij de spraak dus echt om intonatie. Als het een vraag betreft, dan moet de toon aan het einde van de zin omhoog gaan. Nog zo’n voorbeeld is ‘vous ne venez pas?’ (Komt u niet?) Zonder de juiste intonatie dan wordt dit ‘u komt niet’.

Homofonen
Een moeilijkheid voor wie Frans leert is dat de taal veel homofonen bevat. Een homofoon is een woord of zinsnede met dezelfde klanken als een ander woord. In het Frans komt dit veel voor. Bijvoorbeeld werkwoordvervoegingen die hetzelfde worden uitgesproken, maar anders worden gespeld. Zoals ‘tu es’ (jij bent) versus ‘elle est’ (zij is), in beide gevallen wordt alleen de ‘e’ uitgesproken als een ‘è’, of ‘tu vas’ (jij gaat) versus ‘il va’ (hij gaat), in deze gevallen wordt beiden als ‘vaa’ uitgesproken.

Directe vertalingen
Het is belangrijk om te weten dat een zin in een bepaalde taal niet altijd een directe vertaling of verwijzing heeft in de te leren taal. Probeer daarom niet alleen woorden en werkwoordvervoegingen te leren, maar ook hele zinnen en uitdrukkingen. Stel dat u aan een diner zit en u hebt genoeg gegeten. U wilt in het Frans ‘ik ben vol’ zeggen. Letterlijk kan het zijn dat u ‘je suis plein’ zegt, wat betekent dat u ‘ik ben zwanger’ zegt. En niet eens op de juiste manier, want ‘être plein’ (zwanger zijn), geldt alleen voor zwangere dieren en niet voor mensen. Dus als u wilt zeggen dat u genoeg hebt gehad, zeg dan ‘je n’en peux plus’ (ik hoef niet meer).

Tutoyeren en vousvoyeren
Mensen die Frans leren, hebben nog wel eens moeite met het gebruik van ‘tu’ (jij) en ‘vous’ (u). Het is een kwestie van ‘tutoyeren’ en ‘vousvoyeren’. Jongere generaties hebben nogal eens de neiging om te tutoyeren, maar in Het Frans is etiquette nog steeds belangrijk. ‘Tu’ zeg je alleen tegen vrienden en bekenden, ‘vous’ tegen ouderen, onbekenden en meerderen op het werk. Vooral mensen met Engels als moedertaal hebben hier moeite mee, omdat in het Engels met enkel ‘you’ geen onderscheid bestaat voor ‘jij’ en ‘u’.

Lezen en luisteren
Boeken zijn geweldig om schrijven, grammatica en woordenschat te oefenen, maar dat wil niet zeggen dat u de taal ook kunt spreken. Om uw luister- en spreekvaardigheid te oefenen, kunt u het beste naar de radio luisteren, films en tv kijken en praten met moedertaalsprekers zonder bang te zijn om fouten te maken. Luister en kijk naar alles wat u interesseert, of dat nou het nieuws is of een kookprogramma.

Vragen stellen
Onthoud dat een taal u niet enkel wordt onderwezen, maar dat u de taal ook echt leert. Het is cruciaal dat wanneer u vragen hebt, er mensen zijn aan wie u die vragen kunt stellen. Begin met het leren van enkele simpele woorden en vragen. U zult snel genoeg zelf vragen hebben en dan is het handig als er iemand is aan wie u ze kunt stellen.

Lees ook: