tvcn Tolk - en Vertaalcentrum Nederland

Vragen of tolk reserveren?

Bel: 088 255 52 22

De verschillende vormen van het Arabisch

  • Geplaatst door TVCN |
  • 12-04-2016

Iedereen die een nieuwe taal leert en deze taal in de praktijk gebruikt, wordt wel eens geconfronteerd met de moeilijkheden van regionale variaties of dialecten. Vaak heeft dit te maken met een onregelmatig woord, een zinsnede of een bepaalde uitspraak. Bij de meeste talen is een zeker onbegrip slechts tijdelijk, totdat de taal beter wordt beheerst.

Neem bijvoorbeeld het Frans. Alleen de meest dialectische verschillen in deze taal vormen soms een probleem voor zowel de moedertaalsprekers als de ‘leerlingen’. Echter bij veel andere talen zijn de dialecten zo verschillend, dat het leren van een standaardtaal echt niet altijd afdoende is. Het Arabisch is zo’n taal.

Het Arabisch kent een enorm aantal dialecten. Mensen die deze taal leren worden doorgaans geconfronteerd met het feit dat de geschreven taal radicaal verschilt van de verschillende dialecten die in de Arabischtalige landen worden gesproken. Dergelijke verschillen komen voor in verschillende vormen: uitspraak, woordenschat, zinsbouw en werkwoordvervoegingen. Het resultaat is dan ook vaak dat de meest doorgewinterde leerling van het Arabisch zichzelf prima verstaanbaar kan maken in bijvoorbeeld Beirut, terwijl hij zich bijvoorbeeld in Marrakesh totaal niet kan redden. Zo is Marokkaans Arabisch totaal vreemd voor Levantijnen, terwijl Iraaks weer lastig kan zijn voor Egyptenaren.

Zelfs de beheersing van een regionale variant in combinatie met de standaard taal, zal voor een leerling slechts een deel van de Arabische wereld kunnen dekken. Dit verschijnsel, waarbij twee afzonderlijke talen of variëteiten van dezelfde taal elk in duidelijke afgebakende leefsituaties worden gebruikt, heet diglossie.

De bron, of liever bronnen, van diglossie in landen waar Arabisch wordt gesproken zijn zowel verscheidend als omstreden. Deels zijn regionale verschillen ontstaan tussen Arabisch-sprekenden en niet Arabisch-sprekenden. Marokkaans Arabisch heeft sterke invloeden van het Berbers, terwijl Levantijnse dialecten (gesproken in Syrië, Libanon, Palestina, Israël en Jordanië) Armeense elementen hebben. De dialecten van het Perzische Golf-gebied tonen weer de invloed van het Perzisch en Hindi, die beide talen waren van belangrijke handelspartners voor het bedrijfsleven in de regio.

Tot slot lieten de talen van keizerlijke of koloniale besturen hun stempel achter op vrijwel alle dialecten in Arabische landen, zij het in verschillende vormen. Daarom kunnen sprekers tegenwoordig kiezen uit een verscheidenheid aan woorden, soms buitenlands en soms Arabisch, om hetzelfde concept te beschrijven. Zo kan een Marokkaan dus 'henna' (Berbers) of 'jidda' gebruiken voor 'grootmoeder', en een Koeweiti zou 'meywa' (Farsi) of 'fawaakih' kunnen kopen als hij fruit wil.

Dialectische verschillen zijn niet alleen een kwestie van toe-eigening en lenen. Net als veel niet-inheemse leerlingen worstelen ook veel moedertaalsprekers met de complexe structuur van de Arabische taal. Er zijn bepaalde nuances die door het standaard Arabisch niet met efficiëntie of gemak kunnen worden uitgedrukt. Daarom worden regionale dialecten gekenmerkt door een aantal vereenvoudigingen en vernieuwingen, bedoeld voor een grotere levendigheid en finesse bij het spreken. Zo maken bijvoorbeeld Levantijnse dialecten gebruik van deelwoorden in plaats van werkwoordvervoegingen. Terwijl het Egyptisch bijvoorbeeld weer een serie voorvoegsels voor een werkwoordvervoeging kent om de duur en timing van een actie te verfijnen.

Arabisch is dus niet heel makkelijk om te leren. Het vraagt net zoveel inzet als het leren van twee of drie Indo-Europese talen tegelijk om normaal te kunnen communiceren.