tvcn Tolk - en Vertaalcentrum Nederland

Vragen of tolk reserveren?

Bel: 088 255 52 22

I always get my sin: een lesje steenkolenengels

  • Geplaatst door TVCN |
  • 26-05-2015

Wij Nederlanders staan er om bekend dat we altijd ons best doen om andere talen te spreken. En dat wordt ook zeer gewaardeerd door de mensen die wij in hun eigen taal aanspreken.

Zo hebben wij al eens gelezen dat Duitse toeristen in Zeeland er geen probleem mee hebben aangesproken te worden in steenkolenduits, ze waarderen het sowieso dat ze in hun eigen taal worden aangesproken. En bovendien lijken het Duits en Nederlands best veel op elkaar. Anders is dat met het Engels. Veel Nederlanders kunnen zich prima redden in deze taal, maar er zijn ook veel landgenoten die dat niet kunnen maar het wel proberen. En dan krijg je bijna een compleet nieuwe taal: steenkolenengels, een taal die doorgaans echt niet wordt begrepen. Maar waar komt het begrip steenkolenengels eigenlijk vandaan?

Haventaal
Steenkolenengels is een benaming voor zeer slecht Engels, zoals dat wordt gesproken door Nederlandstaligen die het Engels nauwelijks beheersen. Het is rond 1900 ontstaan in de Nederlandse havens waar havenarbeiders hun best deden om te communiceren met de bemanning van steenkolenboten uit Groot-Brittannië. Zo wordt bijvoorbeeld de kreet ‘lekko’ nog in de Nederlandse scheepvaart gebruikt bij het loslaten van het anker of de trossen. ‘Lekko’ ontstond in de Rotterdamse haven als variant op het Engelse ‘let go’. Ook het scheldwoord ‘halve zool’ is terug te voeren op deze haventaal. Het is een verbastering van het Engelse scheldwoord ‘arsehole’. Inmiddels wordt de term steenkolenengels gebruikt voor incidentele taalfouten in het Engels die zijn terug te voeren op verwarring met het Nederlands.

Verwante begrippen
Het Engelse woord voor steenkolenengels is ‘Dunglish’, een samentrekking van de woorden Dutch en English. Ook het woord ‘Nederengels’ wordt gebruikt voor vormen van kruisbestuiving tussen het Engels en het Nederlands. Alleen wordt met dit begrip het overvloedig gebruik van Engelse woorden in de Nederlandse taal bedoeld en gaat het niet per definitie om taalfouten. En dan is er ook nog het begrip ‘Engelse ziekte’. Ook hier gaat het niet zozeer om taalfouten maar om onjuist spatiegebruik. Engelse ziekte is een benaming voor het verschijnsel in het Nederlands dat woorden die deel zijn van een samenstelling los van elkaar worden geschreven, terwijl de Nederlandse spellingsregels vereisen dat ze aan elkaar of met een koppelteken worden geschreven.

Oorzaken
Omdat Nederlands en Engels verwante, West-Germaanse talen zijn hebben zij veel overeenkomsten. Hierdoor maken Nederlanders soms fouten wanneer zij in het Engels spreken of schrijven. Het komt er op neer dat woorden letterlijk worden vertaald zonder te letten op de Engelse grammatica of de werkelijke betekenis van de gebruikte woorden. Een tweede oorzaak is onbekendheid met de culturele context van een taaluiting. De Engelse, en in mindere mate de Amerikaanse, samenleving zijn hiërarchischer dan de Nederlandse, wat zich vertaalt in beleefdere zinsbouw. Wij vragen bijvoorbeeld vrij direct om iets in het Nederlands: “Geef me dat eens.” Terwijl een Brit zal zeggen: “Excuse me, would you mind giving me that?” En woorden als ‘shit’ en ‘fuck’ gebruiken wij vrij gemakkelijk, terwijl een Brit dit als zeer onbeschoft ervaart.

Voorbeelden
Steenkolenengels klinkt in de oren van mensen die wel Engels spreken hilarisch; wij kunnen er hartelijk om lachen. Maar er zijn voorbeelden die zelfs de geschiedenis in zijn gegaan door bekende Nederlanders die met al hun goede bedoelingen Engels probeerden te spreken en het dan toch enigszins beschamend kan zijn. Zo zei oud-politicus en minister-president Joop den Uyl ooit dat wij een ‘nation of undertakers’ zijn. Hij bedoelde hiermee uiteraard niet dat wij een volk van begrafenisondernemers zijn maar een ondernemend volk. En zo ook oud minister-president Pieter Gerbrandy. Hij heette ooit Winston Churchill welkom in Delft met deze uitspraak: “I hate you welcome in this town where all the Oranges are buried.” Ook is er een verhaal bekend waarin Churchill en Gerbrandy samen door een park lopen, waarop Churchill zei: “Ah, spring is in the air”, waarop Gerbrandy antwoordde “Why should I?” En Dries van Agt zei ooit: “I can stand my little man.” Wij begrijpen dat hij prima zijn mannetje kon staan maar Engelstaligen krijgen toch een compleet andere associatie bij deze vertaling…

Andere typische voorbeelden van steenkolenengels zijn:

  • I always get my sin: ik krijg altijd mijn zin.
  • You are not good snick: jij bent niet goed snik.
  • Make that the cat wise: maak dat de kat wijs.
  • We go in sea with you: wij gaan in zee met jou.
  • You are on glad ice: jij begeeft je op glad ijs.
  • I know from the hood and the rand: ik weet van de hoed en de rand.
  • Now breaks my wooden shoe: nu breekt mijn klomp.
  • I’m not crazy Henkie: ik ben gekke Henkie niet.
  • Bad luck birds: pechvogels.
  • He is over the horse lifted: hij is over het paard getild.
  • I have you in the holes: ik heb je in de gaten.
  • There comes the monkey out of the sleeve: daar komt de aap uit de mouw.

Hebt u nog mooie voorbeelden van steenkolenengels? Laat het ons weten! De mooiste voorbeelden krijgen een eervolle vermelding op onze Facebook pagina!