tvcn Tolk - en Vertaalcentrum Nederland

Vragen of tolk reserveren?

Bel: 088 255 52 22

Het spreken van een tweede taal verandert uw kijk op de wereld

  • Geplaatst door TVCN |
  • 19-03-2015

Volgens een nieuw onderzoek, hebben sprekers van twee talen een andere kijk op de wereld. Omdat zij in twee talen denken, is hun denkpatroon flexibeler.

Cognitieve wetenschappers hebben sinds de jaren ’40 van de vorige eeuw gedebatteerd over de vraag of een moedertaal de basis vormt over hoe iemand denkt. In de afgelopen decennia heeft dit idee een opleving gekregen, omdat een groeiend aantal studies hebben gesuggereerd dat taal mensen kan doen aansturen hun aandacht te besteden aan bepaalde kenmerken van de wereld. Zo zijn bijvoorbeeld Russische sprekers sneller in het onderscheiden van verschillende tinten blauw dan Engelse sprekers. En Japanse sprekers hebben de neiging om objecten te groeperen door materiaal in plaats van vorm, terwijl Koreaanse sprekers zich juist weer heel erg richten op bij elkaar passende vormen. Toch beweren sceptici dat dergelijke resultaten laboratorium artefacten zijn, of in het beste geval culturele verschillen tussen sprekers weerspiegelen die niets met taal van doen hebben.

In dit nieuwe onderzoek, wendden de onderzoekers zich tot mensen die meerdere talen spreken. Door het bestuderen van tweetaligen, “gaan we uit van het klassieke debat en draaien we het om”, aldus taalpsycholoog Panos Athanasopoulos van Lancaster University in het Verenigd Koninkrijk. In plaats van af te vragen of sprekers van verschillende talen verschillende geesten hebben, zegt hij: “we vragen: ‘kunnen twee verschillende geesten bestaan binnen één persoon?’”

Athanasopoulos en zijn collega’s waren geïnteresseerd in een bepaald verschil in hoe Engelse en Duitse sprekers omgingen met bepaalde situaties. Engels heeft een grammaticale toolkit voor het situeren van bepaalde tijdsacties. ‘Ik was aan het zeilen naar Bermuda en ik zag Elvis’ is iets anders dan ‘ik zeilde naar Bermuda en ik zag Elvis’. Duits heeft deze keuze niet. Als gevolg hiervan, hebben Duitstaligen de neiging om het begin, middel en einde van de gebeurtenissen te specificeren, terwijl Engelstaligen de eindpunten vaak laten voor wat ze zijn en zich focussen op de actie. Kijkend naar dezelfde scène, zouden bijvoorbeeld Duitstaligen kunnen zeggen: “Een man verlaat het huis en loopt naar de winkel”, terwijl een Engelse spreker gewoon zou zeggen: “Een man loopt”.

Volgens het onderzoek lijkt dit taalkundige verschil invloed te hebben op hoe sprekers van de twee talen naar gebeurtenissen kijken. Athanasopoulos en zijn collega’s vroegen 15 moedertaalsprekers van elke taal een reeks videoclips te bekijken over hoe mensen wandelen, fietsen, hardlopen of rijden. In elke set van drie video’s, vroegen de onderzoekers de proefpersonen om te beslissen of een scène met een tweeledig doel (een vrouw loopt over een weg in de richting van een geparkeerde auto) meer vergelijkbaar was met een duidelijk doelgerichte scène (een vrouw loopt een gebouw in) of een scène zonder doel (een vrouw loopt langs een landweg). Duitstaligen koppelden tweeledige scènes met doelgerichte scènes gemiddeld 40 procent van de tijd tegenover 25 procent van de Engelstaligen. Dit verschil impliceert dat Duitstaligen zich mogelijk meer concentreren op de mogelijke uitkomsten van de acties van mensen, maar Engelstaligen meer aandacht besteden aan de actie zelf.

Ondertussen leken tweetaligen te schakelen tussen deze perspectieven op basis van de taal die het meest actief was in hun gedachten. De onderzoekers ontdekten dat vijftien Duitsers die vloeiend Engels spreken, net zo doelgericht waren als elke andere moedertaalspreker tijdens de test in het Duits in hun eigen land. Maar een vergelijkbare groep van vijftien Duits-Engels tweetaligen die in het Engels werden getest in het Verenigd Koninkrijk, was net zo actiegericht als bij Engelse moedertaalsprekers. Dit verschil kan worden beschouwd als een effect van cultuur. Een tweede experiment toonde echter aan dat tweetaligen ook zo snel perspectieven kunnen switchen als ze kunnen switchen tussen talen.

In een andere groep van dertig Duits-Engels tweetaligen, hielden de onderzoekers één taal op de voorgrond tijdens de video-matching taak d.m.v. het hardop laten herhalen van cijferreeksen in het Engels of Duits. Het weglaten van de ene taal, leek automatisch de invloed van de ander taal naar voren te brengen. Toen de onderzoekers het Engels blokkeerden, gedroegen de proefpersonen zich als typische Duitsers en zagen zij de tweeledige video’s als meer doelgericht. Wanneer Duits werd geblokkeerd, gedroegen de tweetalige sprekers zich als Engelstaligen en koppelden zij tweeledige met open einde scènes. Toen de onderzoekers de proefpersonen verrasten door halverwege het experiment van taal te wisselen, ging de focus van de doelen versus proces gelijkwaardig op.

De resultaten suggereren dat een tweede taal een belangrijke onbewuste rol bij het uitstippelen van de waarneming kan spelen. “Door het hebben van een andere taal, heb je een alternatieve visie op de wereld”, zegt Athanasopoulos. “U kunt uit één luidspreker naar muziek luisteren, of u kunt in stereo luisteren... Het is hetzelfde met de taal.”

“Dit is een belangrijke stap vooruit”, zegt cognitief wetenschapper Phillip Wolff van Emory University in Atlanta, die niet verbonden was aan de studie. “Als je een tweetalige spreker bent, ben je in staat om heen en weer verschillende perspectieven te verwerken. Dat is echt nog niet eerder vertoond.”