tvcn Tolk - en Vertaalcentrum Nederland

Vragen of tolk reserveren?

Bel: 088 255 52 22

Nieuw onderzoek toont herkomst van Europese talen aan

  • Geplaatst door TVCN |
  • 10-03-2015

Al jaren wordt er gedebatteerd over de herkomst van de Indo-Europese talen. Nieuw DNA-bewijs suggereert dat circa 4.500 jaar geleden herders uit de graslanden van het huidige Rusland en Oekraïne de wortels droegen van de moderne Europese talen over het continent.

De introductie van de landbouw is vaak beschreven als de centrale gebeurtenis in de Europese prehistorie. Het nieuwe onderzoek, dat onlangs is gepubliceerd in het tijdschrift Nature, suggereert echter dat in plaats van een massale migratie van boeren, zoals lang gedacht, het er slechts twee waren. Ten eerste een toestroom uit Anatolië, een regio van het huidige Turkije, en vervolgens een tweede golf van mensen die verhuisden naar Midden-Europa uit de steppen van het hedendaagse Rusland, vier millennia later. Deze groepen zouden de Indo-Europese talen hebben meegebracht; talen die later werden onderscheiden als Engels en vele andere moderne Europese talen.

“Ten eerste zijn er de vroege jager-verzamelaars, dan komen de boeren, dan boeren gemengd met jager-verzamelaars. Daarna een nieuwe populatie uit het oosten, wat een grote migratie is”, zegt Iosif Lazaridis, een geneticus aan de Harvard Medical School en coauteur van de studie.

Het bewijs van deze tweede massale migratie kwam aan het licht toen Lazaridis en collega's werkten aan de reconstructie van de oorsprong van de moderne Europeanen met behulp van DNA uit beenderen van 69 oude bewoners van het continent. De monsters, die varieerden van 3000 tot 8000 jaar oud, werden met elkaar vergeleken en ook met moderne Europese populaties.

Zoals verwacht, vonden de onderzoekers sporen van oude jager-verzamelaars en de eerste neolithische boeren. Maar er was een onverwacht bewijs: een massale verplaatsing van de bevolking afkomstig uit de vlakten en graslanden van Eurazië, waar Rusland en Oekraïne gesitueerd zijn vandaag de dag, terug te voeren tot rond 4500 jaar geleden.

Gedomineerd door kleine groepen van jagers-verzamelaars voor millennia, werd het continent ongeveer 8000 jaar geleden voor het eerst hervormd in wat archeologen de Neolithische revolutie noemen. Boeren uit Anatolië trokken naar het noorden en brachten nieuwe technologie en leefstijlen naar Europa en stonden aan de voorbode van ons moderne, huidige bestaan.

Een cruciale aanwijzing bij het opsporen van een tweede golf van de beweging enkele duizenden jaren later, was de gelijkenis tussen DNA uit 5000 jaar oude botten die zijn gevonden ten noorden van de Zwarte Zee, behorend tot de Yamnaya cultuur, en de overblijfselen van vier mensen die leefden en stierven in de buurt van Leipzig, in het centrum van Duitsland, ongeveer 4500 jaar geleden. De Duitse lichamen waren onderdeel van de Touwbekercultuur, vernoemd naar een aparte stijl van aardewerkdecoratie die destijds zeer gebruikelijk was in het grootste deel van Noord-Europa.

De Yamnaya en touwbekercultuur werden door vijf eeuwen en duizenden kilometers gescheiden, maar ze deelden ten minste 75 procent van hun afkomst, en misschien zelfs tot 100 procent. “Er is een directe genetische relatie tussen deze twee bevolkingsgroepen te zien,” zegt David Anthony, een archeoloog bij Hartwick College in Oneonta, New York, en een coauteur van de studie. “Zij zijn tenminste directe neven.”

Het DNA van de mensen uit de touwbekercultuur lijkt weinig op dat van de boeren die duizend jaar eerder in Duitsland woonden. Dit is meer bewijs voor een dramatische, zelfs invasieve, instroom van het oosten. De botten van een paar eeuwen ouder die in hetzelfde gebied van Duitsland zijn gevonden, hadden een totaal andere genetische structuur. In feite suggereert het bewijs dat het maar een aantal generaties duurde voordat de veehoeders van de steppen het genetische en fysieke landschap van Midden- en Noord-Europa domineerden.

“Vanuit een conservatief archeologisch oogpunt, zou ik niet hebben voorspeld dat mensen van de steppen zouden zijn gemigreerd uit de mond van de Donau aar Denemarken binnen een eeuw of twee. Dit is een grote verrassing”, aldus Anthony.

Het genetische bewijs van een massale migratie van het steppen wakkert een oude discussie aan tussen taalkundigen en archeologen over de oorsprong van de Indo-Europese talen. Deze omvatten meer dan 400 talen, van moderne talen zoals Engels, Grieks, Albanees en Pools tot oude talen als het Latijn, Hettitisch en Sanskriet.

Decennia lang hebben taalkundigen gedebatteerd waar het proto-Indo-Europees, de moeder van alle Indo-Europese talen, voor het eerst werd gesproken. Voorstanders van de ‘Anatolische hypothese’ beweren dat de eerste Indo-Europese sprekers boeren waren die leefden in wat nu Turkije is, tienduizend of meer jaren geleden. Zij zouden de taal met zich hebben meegebracht toen ze in Europa arriveerden rond 6000 voor Christus.

Een concurrerende theorie, de zogenaamde ‘steppe hypothese’, beweert dat de proto-Indo-Europese taal teruggaat naar de open vlaktes en graslanden ten noorden van de Zwarte en de Kaspische Zee, waar de komst van het wiel de ‘steppe economieën’ revolutioneerde. Voorstanders van deze theorie merken aan dat veel Indo-Europese talen woorden delen voor dingen zoals assen, harnaspalen en het wiel, die lang nadat de neolithische revolutie begon in Europa werden uitgevonden.

Niets afdoend aan beide theorieën, is dit debat al enige decennia in een impasse. De resultaten van dit onderzoek kunnen volgens de onderzoekers echter wel de balans doen laten doorslaan.

Maar er is meer werk aan de winkel. De genetische en taalkundige gegevens ondersteunen het idee dat de Indo-Europese talen in Europa zijn geïntroduceerd via de steppen rond 4.500 jaar geleden, maar het is nog steeds niet duidelijk waar de oudste takken van de talen vandaan komen. Indo-Europese talen zijn mogelijk elders ontstaan, met de stepperoute slechts als één van de vele manieren waarop taal het heeft gered naar Zuid-Europa, Iran en India.

De onderzoekers geven dan ook toe dat ze het niet helemaal zeker weten of de steppen de ultieme bron van Indo-Europese talen zijn. “Als we gegevens kunnen krijgen uit deze regio, dan zal het een hoop vragen beantwoorden”, aldus de onderzoekers.