tvcn Tolk - en Vertaalcentrum Nederland

Vragen of tolk reserveren?

Bel: 088 255 52 22

Het Taalakkoord: laat taal voor je werken!

  • Geplaatst door TVCN |
  • 27-01-2015

Minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid sluit vandaag, 27 januari 2015, met verschillende koploperbedrijven een Taalakkoord. Dit houdt in dat het Ministerie van SZW samen met werkgevers taal op de werkvloer een flinke impuls wil geven. Zowel kwalitatief (beter en duurzamer) als kwantitatief (meer bedrijven).

Om volwaardig mee te kunnen doen op de arbeidsmarkt en in de samenleving wordt het beheersen van de Nederlandse taal steeds belangrijker. Werkgevers moeten in een steeds dynamischere, concurrerende en mondialere economie flexibel in kunnen spelen op nieuwe ontwikkelingen, eisen en vragen. Voor hen ligt de uitdaging daarnaast in de vraag hoe zij ervoor kunnen zorgen dat hun werknemers goed, gezond, veilig en gemotiveerd zijn om te werken en breder en duurzamer inzetbaar zijn. Investeren in een betere beheersing van de Nederlandse taal vormt vaak de eerste stap die dat mogelijk maakt. Om deze reden vindt minister Asscher het belangrijk om de samenwerking op te zoeken met werkgevers en andere organisaties die hun rol pakken vanuit het bedrijfsmatige en maatschappelijke belang. Met hen heeft de minister het Taalakkoord afgesproken.

Waarom Het Taalakkoord?
Voor maar liefst 1,3 miljoen mensen in Nederland vormt taal een belemmering om goed te kunnen functioneren in het werk: communiceren met collega’s en klanten, het begrijpen van formulieren en veiligheidsinstructies en blijven leren en ontwikkelen zijn geen vanzelfsprekendheid voor hen. Een taalachterstand zorgt ervoor dat mensen zich buitengesloten voelen, minder flexibel, gezond en maatschappelijk actief zijn. Zonder voldoende taalbeheersing kunnen dagelijkse werkzaamheden voor deze mensen een grote opgave zijn en is ontwikkeling zeer lastig. Door taal op de werkvloer in te zetten binnen een bedrijf kan de veiligheid, productiviteit en duurzame inzetbaarheid van werknemers verhoogd worden. Ook neemt het ziekteverzuim af. De overheid heeft er natuurlijk ook belang bij dat werknemers duurzaam en flexibel inzetbaar zijn. Goede beheersing van de Nederlandse taal bij potentiële werknemers is hierin een eerste stap zodat zij werk vinden en behouden.

De aanpak van Het Taalakkoord
Eind oktober vorig jaar is er een eerste bijeenkomst geweest met dertien koploperbedrijven. Bedrijven die elke dag het belang van de Nederlandse taal op de werkvloer ervaren en vinden dat zij hier niet alleen een belang bij hebben, maar ook een verantwoordelijkheid. Met deze bedrijven is het Taalakkoord ondertekend via individuele maatwerkafspraken en met de bedoeling om via deze koplopers het aantal werkgevers dat zich aansluit te vertienvoudigen. Met deze bedrijven worden afspraken gemaakt over op welke wijze taal op de werkvloer het beste kan worden vormgegeven in de eigen organisatie. En hoe zij andere bedrijven en organisaties kunnen betrekken om ook met taal aan de slag te gaan. Hierbij worden de ervaringen met het convenant laaggeletterdheid van de Stichting van de Arbeid meegenomen. De einddoelen die daarbij worden nagestreefd kunnen verschillen per bedrijf: taalvaardigheid is vooral een middel om duurzaam inzetbaar te blijven, de veiligheid te waarborgen en de dienstverlening te optimaliseren.

Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zal, als werkgever, zelf ook actief aan de slag gaan met de taal op de werkvloer. Daarnaast biedt het Ministerie waar gewenst werkgevers ondersteuning door onder andere de inzet van een ‘Taaladviseur’. Deze denkt mee met de werkgever om tot een daadwerkelijke aanpak van taal binnen het eigen bedrijf te komen.

De inzichten en resultaten die worden verkregen bij de totstandkoming en uitvoering van het akkoord, gaan onderdeel uitmaken van een integrale visie en aanpak van Taal en geletterdheid. Hier werkt minister Asscher momenteel gezamenlijk aan met de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.