tvcn Tolk - en Vertaalcentrum Nederland

Vragen of tolk reserveren?

Bel: 088 255 52 22

Kinderen beoordelen taalvaardigheid op basis van hun eigen taal

  • Geplaatst door TVCN |
  • 8-01-2015

Er is al enorm veel onderzoek gedaan naar hoe kinderen met taal omgaan. Doorgaans is de uitkomst dat kinderen heel makkelijk talen verwerken, hoe jonger hoe beter zelfs. Toch schijnen jonge kinderen ook een bepaalde perceptie te hebben over eentaligheid of meertaligheid.

Volgens een gezamenlijke studie van de New York University en de McGill University in de Verenigde Staten, verwachten eentalige jonge kinderen namelijk dat anderen ook slechts één taal begrijpen.

Volwassenen erkennen uiteraard dat anderen meerdere talen kunnen begrijpen. Het is echter minder duidelijk of zuigelingen deze perceptie delen. Om deze kwestie nader te bestuderen, onderzochten de wetenschappers van de NYU en McGill University de reacties van zowel eentalige als tweetalige kinderen van 20 maanden oud terwijl zij een reeks van interacties tussen volwassenen met wie de kinderen niet bekend waren observeerden. Twee volwassenen vertelden een andere volwassene de locatie van een balletje dat was verstopt in bekertjes. Daarbij spraken zij dezelfde taal (Engels of Spaans) of twee verschillende talen, waarbij de ene taal Engels was en de andere taal Frans of Spaans.

Naar aanleiding van mondelinge instructies in één taal, vonden de volwassen altijd het balletje. Daarna, in één versie van het scenario, zocht de volwassene die naar de mondelinge instructies van een tweede spreker luisterde, naar de juiste locatie van het balletje. In het tweede scenario zocht de volwassene verkeerd. De kinderen hadden tijdens het experiment al gezien waar het balletje was verborgen en wisten dus de juiste locatie.

De onderzoekers gebruikten een veel gebruikte methode om de verwachtingen van zuigelingen te meten: kijktijd. Eerder onderzoek heeft aangetoond dat een langere blik aangeeft dat baby’s iets zien wat zij niet hadden verwacht en zich er dus visueel langer mee bezig hielden.

De resultaten toonden aan dat de verwachtingen van de kinderen over of de onbekende volwassene eentalig of meertalig was, varieerden met de eigen taalachtergrond van het kind. Nadat bijvoorbeeld de luisteraar bewees de ene taal te begrijpen (door op de juiste plek naar het balletje te zoeken), keken zowel eentalige als tweetalige kinderen langer toen de luisteraar verkeerd naar het balletje zocht. Dit na verkregen informatie van een tweede spreker die dezelfde taal gebruikte. De langere blik suggereerde dat de kinderen verwachtten dat de volwassene het balletje op een andere juiste plek zou zoeken. Wanneer de informatie echter werd verstrekt in twee verschillende talen, keken alleen de eentalige kinderen langer wanneer de luisteraar de juiste locatie aanwees. Daarentegen keken tweetalige kinderen even lang naar beide uitkomsten.

Met andere woorden, de eentalige kinderen verwachtten verrassend genoeg niet dat de volwassene een tweede taal begreep, zelfs wanneer deze tweede taal de taal van het kind zelf was. Engelssprekende eentalige kinderen die een onbekend persoon correct zagen reageren op Spaans, verwachtten bijvoorbeeld niet dat die persoon Engels zou begrijpen.

“De eentalige kinderen gingen er vanuit dat een onbekend persoon slechts één taal zou begrijpen, terwijl tweetalige baby’s dat niet deden. Wat suggereert dat kinderen niet verwachten dat alle spraak wordt overgedragen naar alle mensen,” aldus Vouloumanos, professor psychologie bij NYU en één van de co-auteurs van het onderzoek.

Ze vervolgt: “Onze resultaten bieden niet alleen inzicht in de beleving van taalkundige vaardigheden van zuigelingen maar, nog belangrijker, het kan ons helpen om beter te begrijpen wie zij zien als goede communicatiepartners.”