tvcn Tolk - en Vertaalcentrum Nederland

Vragen of tolk reserveren?

Bel: 088 255 52 22

Communiceren zonder woorden

  • Geplaatst door TVCN |
  • 26-08-2014

Praten en begrepen worden is een kwestie van de juiste woorden kiezen. Naast dat het grammaticaal correct moet zijn, dient het ook ondersteund te worden met de juiste gebaren. Althans, dat dachten wij tot nu. Volgens neurowetenschapper Arjen Stolk komt daar nog een belangrijk element bij: inspelen op het begrip van de ander.

Hij bedacht hiervoor een experiment en promoveert daarom op 2 september aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.

Wat houdt dit eigenlijk precies in? Inspelen op het begrip van een ander is de manier waarop je je antwoord formuleert wanneer iemand bijvoorbeeld de weg vraagt. Onbewust verwerken wij in ons antwoord informatie over wat we van de ander denken te weten. Spreekt de ander met een vreemd accent of lijkt diegene haast te hebben? In dergelijke gevallen gebruiken wij andere woorden of kortere zinnen. Stolk laat zien hoe deze processen in de hersenen werken en dat je al vanaf jonge leeftijd in staat bent om je aan te passen aan een ander. Deze vaardigheid is al terug te zien bij kinderen van vijf jaar.

Wanneer wij elkaar proberen te begrijpen, zijn onze hersenen niet alleen gefocust op afzonderlijke communicatieve acties zoals woorden en gebaren. Onze hersenen lijken vooral rekening te houden met wat we denken dat de ander weet tijdens het plannen, uitvoeren en observeren van die acties. Die kennis wordt bovendien continu ververst, want na feedback over wat de ander begrijpt, passen wij ons telkens aan. De beste taal is immers de taal die begrepen wordt. So far, so good. Maar wat heeft dit precies te maken met communiceren - elkaar begrijpen - zonder woorden?

Om dit te onderzoeken ontwikkelde Stolk een simpele maar ingenieuze computertaak. Twee proefpersonen moeten samen een opstelling namaken die slechts één van hen te zien krijgt. De personen mogen daarover niet met elkaar praten en tevens kunnen zij elkaar niet zien. Zij kunnen alleen informatie uitwisselen in de computertaak door objecten op het beeldscherm te verplaatsen. Vervolgens laat de computer zien of de door hen gemaakte opstelling goed of fout is en krijgen ze weer een nieuwe doelopstelling voorgeschoteld.

Verschillende koppels gebruikten verschillende bewegingspatronen om dezelfde opstellingen aan elkaar uit te leggen. "Ieder koppel verzint zo dus eigenlijk een nieuwe taal. En naarmate de koppels beter op elkaar ingespeeld raken, ontwikkelt die taal zich steeds verder", aldus de onderzoeker. In Stolks' computertaak is de oplossing met de minste zetten dus niet per se de beste. Stolk: "De gemakkelijkst interpreteerbare oplossing voor je partner is de beste. Het gaat erom dat je bewegingen gebruikt die je medespeler kan begrijpen."

Stolk liet de proefpersonen de computertaak tegelijkertijd uitvoeren in een dubbele fMRI-scanner. Hij zag een overlap in hersenactiviteit tussen het selecteren van de acties door de linker proefpersoon en het interpreteren van die acties door de rechter proefpersoon, namelijk in de rechtertemporaalkwab van de hersenen. Die activiteit werd sterker naarmate de proefpersonen samen meer opstellingen oplosten en elkaar dus beter begrepen. Ook was de activiteit meer synchroon in tweetallen die gelijktijdig gescand werden. Dat suggereert dat de kennis van elkaars begrip tegelijkertijd ververst wordt tijdens communicatie.