tvcn Tolk - en Vertaalcentrum Nederland

Vragen of tolk reserveren?

Bel: 088 255 52 22

Meer praten tegen te vroeg geboren baby’s

  • Geplaatst door TVCN |
  • 25-02-2014

Baby’s die te vroeg worden geboren, hebben later meer kans op ontwikkelingsstoornissen, waaronder ook een taalachterstand. Een onderzoeksteam van de Brown Universiteit in de Verenigde Staten heeft nu aangetoond dat een grotere blootstelling aan taal gedurende de eerste weken na de geboorte een positief effect heeft op latere taalontwikkeling. De onderzoeksresultaten werden onlangs gepubliceerd in het medisch tijdschrift Pediatrics.

Kennislink.nl publiceerde een samenvatting van het onderzoek. Mathilde Jansen beschrijft in het artikel dat baby's die voor de 32e zwangerschapsweek worden geboren een grotere kans op ontwikkelingsstoornissen hebben. Dit komt omdat de hersenen van een foetus pas vanaf de 32e week een grote ontwikkeling doormaken. Zo beginnen ongeboren baby's dan ook al met het leren van taal omdat ze naar de stem van de moeder luisteren. Maar wanneer ze door vroeggeboorte in een couveuse terechtkomen, krijgen de baby's veel minder taalinput dan wanneer zij nog in de baarmoeder zouden hebben gezeten. In plaats van de stem van de moeder, horen ze vooral geluiden van allerlei apparatuur en zijn ze vaker en langer blootgesteld aan stilteperioden. Er werd altijd al gedacht dat dit verminderde taalaanbod invloed had op de taalontwikkeling, maar nu is ook aangetoond dat de hoeveelheid taalaanbod inderdaad verschil maakt.

Dr. Melinda Caskey van de Brown Universiteit en haar collega's Bonnie Stephens, Richard Tucker en Betty Vohr volgden 36 premature baby's vanaf week 32 in een ziekenhuis. Deze baby's kregen kleertjes aan waarin opnameapparatuur was aangebracht. Gedurende week 32 en week 36 werd in totaal 16 uur spraak opgenomen. Niet alleen spraak tussen volwassenen, maar ook van 'gesprekjes' tussen de verzorgende en de baby's. Niet dat een baby nou een gesprek kan voeren, met een gesprekje wordt bedoeld dat een volwassene antwoord geeft op geluiden van de baby.

Bij dezelfde groep baby's werden met 7 en 18 maanden verschillende taal- en cognitietestjes afgenomen, die deel uitmaken van standaard testen onder de naam Bayley III, waarmee je de taalontwikkeling al op jonge leeftijd kunt meten. De kinderen scoorden bij de taaltestjes over het algemeen lager dan gemiddeld, maar er was wel een groot verschil tussen de kinderen onderling. Zo bleek er een positief verband tussen het aantal woorden dat kinderen hoorden in hun allereerste weken en de score op de tests. Wanneer ouders 100 woorden per uur meer spraken, scoorden de kinderen met 18 maanden gemiddeld 2 punten hoger op de taaltest.

Caskey en haar team vonden overigens geen verschil in talige input en opleiding van de ouders. Uit een eerder onderzoek bleek dat er een flink verschil was tussen ouders met tenminste een bachelordiploma en ouders met een lagere opleiding. De eerste groep gebruikte gemiddeld 14.926 woorden per dag, de tweede groep 12.024. Maar uit het onderzoek van Caskey blijkt dat het opleidingsniveau van de ouders een minder grote rol speelt wanneer kinderen op neonatale intensive care units (NICU) liggen omdat daar heel andere factoren van invloed zijn. Ouders die geen andere kinderen hebben, zijn bijvoorbeeld langer op de NICU dan ouders met meer kinderen. En het komt ook voor dat ouders zonder eigen vervoer minder vaak aanwezig zijn. Bovendien maakt het verplegend personeel ook verschil: sommige verplegers praten meer tegen baby's dan andere.

Het is goed dat er een duidelijk positief verband is tussen de hoeveelheid taalaanbod die premature kinderen in de eerste weken na de geboorte krijgen, en hun latere taalontwikkeling. Maar er zijn ook onderzoeken die hebben aangetoond dat baby's op de NICU snel overprikkeld raken bij teveel omgevingsgeluiden. Ouders en verplegers moeten daarom niet de baby's de oren van de kop praten. Vervolgonderzoek zal moeten uitwijzen wat de juiste balans is tussen voldoende taalaanbod en een maximum aan auditieve prikkels.