tvcn Tolk - en Vertaalcentrum Nederland

Vragen of tolk reserveren?

Bel: 088 255 52 22

Taal mogelijk een factor in genderongelijkheid

  • Geplaatst door TVCN |
  • 28-10-2014

In landen waarin zogenaamde gendertalen worden gesproken, dus talen waarin zelfstandige naamwoorden mannelijk of vrouwelijk zijn, is het percentage genderongelijkheid hoger dan in landen met geslachtsloze talen.

Jennifer Prewitt-Freilino, fulltime hoogleraar psychologie aan de Rhode Island School of Design, heeft hier onderzoek naar gedaan. Volgens Prewitt-Freilino krijgen mannen en vrouwen met dezelfde functie in geen enkel land een gelijk loon. Vrouwen ontvangen ongeveer 16 procent minder salaris voor een soortgelijke functie dan mannen. Maar de hoogte van de ongelijkheid is niet uniform in de culturen. Taal is mogelijk een bijdragende factor in dergelijke ongelijkheid.

Prewitt-Freilino veronderstelt dat in landen waar overwegend gendertalen worden gesproken, minder gendergelijkheid voorkomt ten opzichte van landen met natuurlijke geslachtstalen en geslachtloze talen. Gendertalen zijn talen met mannelijke en vrouwelijke woorden, zoals Spaans. Natuurlijke geslachtstalen zijn talen waarin de meeste zelfstandige naamwoorden niet mannelijk of vrouwelijk zijn, maar voornaamwoorden zoals ‘hij’ of ‘zij’ wel bestaan, zoals in het Engels. Geslachtloze talen zijn talen waarin zowel zelfstandige naamwoorden en voornaamwoorden niet gender gebonden zijn, zoals het Maleis.

Prewitt-Freilino nam als uitgangspunt gegevens van 134 landen, waarvan 111 met een primaire taal die past in één van de drie categorieën. Ze identificeerde 26 geslachtloos, 12 natuurlijk geslacht en 73 gendertalen. Vervolgens keek ze voor elk van de landen naar de Global Gender Gap Index, een meting van de nationale genderkloof. De GGG index benchmarkt de nationale genderkloof van 136 landen op economisch, politiek, onderwijs en gezondheid gebaseerde criteria. Elk land krijgt een score tussen nul - aanduiding van absolute ongelijkheid - en één, voor absolute gelijkheid.

Prewitt-Freilino constateerde dat de gemiddelde scores voor de landen met een geslachtloos 0,68, natuurlijk geslacht 0,74 en gendertalen 0,67 waren. De gegevens ondersteunen haar hypothese dat zowel geslachtloze talen (0,68) als gendertalen (0,67) de meeste ongelijkheid hebben. Talen met natuurlijk geslacht lijken aan de hand van de score dichterbij absolute gelijkheid te zitten.

De hoogleraar heeft iets vergelijkbaars ook al opgemerkt in andere studies. Zo haalt ze een studie aan waarvoor Duitse en Spaanse deelnemers werden gevraagd de kwaliteiten van een sleutel te beschrijven. Sleutel is in het Duits een mannelijk woord en in het Spaans een vrouwelijk woord. De Duitstaligen gebruikten woorden als ‘hard’, ‘zwaar’, ‘puntig’ en ‘metaal’, terwijl de Spaanstaligen de sleutel beschreven als ‘goud’, ‘klein’, ‘glanzend’ en ‘ingewikkeld’. De laatste omschrijvingen zijn duidelijk vriendelijker dan de Duitse.

Prewitt-Freilino zet haar werk over sekseverschillen in taalgebruik en perceptie voort nu de eerste correlatie is geïdentificeerd.