tvcn Tolk - en Vertaalcentrum Nederland

Vragen of tolk reserveren?

Bel: 088 255 52 22

Interview met literair auteur Kader Abdolah

  • Geplaatst door TVCN |
  • 13-02-2012

Kader Abdolah is het schrijverspseudoniem van Hossein Sadjadi Ghaemmaghami Farahani. Hij werd in 1954 geboren in Arak, Iran, in de streek Farahani. De schrijver vluchtte in 1988 naar Nederland vanuit zijn geboorteland.

Hij schreef al snel in het Nederlands, maar grijpt in zijn werk terug op zijn Iraanse wortels. TVcN interviewde de schrijver over zijn werk en hoe hij zich de Nederlandse taal destijds eigen heeft gemaakt.

Wanneer besloot u dat u schrijver wilde worden en waarom?

Dat was al heel vroeg. Sinds mijn twaalfde schreef ik in mijn dagboek, iets wat ik nog altijd doe. In mijn dagboeken noteerde ik dat ik schrijver wilde worden. Dat kwam ook door mijn familie waarin bijna iedereen dichter was en altijd een gedichtenbundel in zijn zak had.

U ging vanaf uw twaalfde westerse literatuur lezen. Waren dit naar het Iraans/Perzisch vertaalde werken of las u ze in het Engels of een andere taal? En zo ja, waar hebt u op zo'n jonge leeftijd die andere taal geleerd?

Het waren vertaalde boeken, maar we leerden ook Engels op school. In de tijd van de sjah werd de Amerikaanse literatuur op brede schaal beschikbaar gemaakt en onder de aandacht gebracht.

Toen u in 1988 naar Nederland kwam, sprak u uiteraard onze taal niet. Hoe bent u de Nederlandse taal gaan leren en hoe lang duurde het voordat u de taal voldoende beheerste?

Ik begon te schrijven en ik maakte daarbij honderden foutjes. Daarna corrigeerde ik die foutjes met behulp van iedereen die maar tijd voor mij had. Op die manier heb ik geleidelijk de taal onder de knie gekregen. Tegelijkertijd las ik veel Nederlandse literatuur. Het ging moeizaam, maar het vorderde.

Werd u in die tijd ook geholpen door mensen die voor u konden tolken?

Ik vroeg iedereen om hulp en ik ben bijna door iedereen geholpen. Alle buren, alle buurvrouwen, alle kruideniers en slagers van de wijk hebben me gesteund en raad gegeven.

Op welk moment besloot u uw eerste boek in Nederland te gaan schrijven? En wat dreef u daartoe? U debuteerde in Nederland in 1993 met De Adelaars. U was nog maar zes jaar hier en u schreef de bundel al direct in het Nederlands. Hoe ging dat? Was het moeilijk? Werd u geholpen door een vertaler? Hebt u er lang over gedaan?

Nee, ik wilde het op eigen kracht doen en meteen in het Nederlands. Zoals ik eerder al zei, was het een proces van schrijven en eindeloos corrigeren. Mijn eerste verhalen zette ik de eerste maanden van mijn verblijf op papier. En zo ontstond verhaal na verhaal tot ik na vier jaar een manuscript had dat ik naar mijn uitgever stuurde.

Inmiddels hebt u al een flinke bibliografie op uw naam staan. Is er een boek waar u veel moeite voor hebt moeten doen om het te schrijven? En zo ja, hoe kwam dat?

Moeite? Zeker, je moet veel moeite doen om boeken te schrijven, maar het zijn boeken die het leven me heeft aangeboden. Ik hou van het leven, en ik luister naar het leven, en ik doe wat het leven me vraagt, daarom is het eigenlijk geen moeite, ik doe mij werk, mijn plicht.

Vorig jaar zijn De Koning en De Kraai verschenen. Waar bent u op dit moment mee bezig? Werkt u alweer aan een nieuw boek?

Ik werk momenteel aan een boek dat anders is dan anders. Ik ontmoet Nederlandse uitvinders, wetenschappers en ondernemers die met iets moois bezig zijn. Ik schrijf eigenlijk een boek over mensen met bijzondere ideeën. Ik neem mijn lezers mee naar de wereld van die mensen. Het is tegelijkertijd literatuur en wetenschap. Het is een boeiende reis geworden door de geest van de Nederlandse samenleving. Een ontmoeting met mensen die grote bijna onbereikbare dromen hebben.

Kunt u nog een leuke anekdote vertellen? Misschien een taalblunder die u ooit hebt gemaakt?

Een taalblunder maak ik zelden, want ik denk altijd na als ik iets wil zeggen en het komt omdat ik het Nederlands pas na mijn 33ste heb geleerd. Je zou mijn boeken in zekere zin misstappen kunnen noemen. Ik had het nooit van mezelf verwacht of had nooit kunnen bedenken dat ik onze oude bijzondere Perzische taal opzij zou schuiven voor de jonge, vochtige Nederlandse taal. Het is nu gebeurd en dat zie ik als een grote literaire blunder in mijn leven.